Eeuwenlang was de Sint-Martinuskerk een plek van gebed, maar vandaag klinkt er een nieuw verhaal. Na jaren leegstand kreeg het gebouw in 2023 een frisse toekomst als ontmoetingsplek en stille ruimte voor de buurt. “We wilden de kerk opnieuw openstellen voor de gemeenschap,” klinkt het bij de betrokken partners.
Die herbestemming kwam er niet vanzelf. Sinds 2016 werkten het lokaal bestuur, bewoners en verenigingen samen aan een plan dat inspeelt op wat de buurt echt nodig heeft. Het is de eerste kerk in Merelbeke dat zo een nieuwe invulling krijgt.
Architecten stonden voor een stevige uitdaging. Hoe vernieuw je een eeuwenoud gebouw zonder zijn karakter te verliezen? “We werkten vanuit het grootste respect voor de bestaande structuur,” zegt projectleider Lamia El Bouazzaoui. Het resultaat is een plek waar verleden en toekomst verrassend goed samenkomen.
Een eeuwenoud kerkgebouw omvormen tot een multifunctionele ruimte, ontmoetingsplek en stille ruimte is geen evidente opdracht. Wat zijn de belangrijkste ingrepen die jullie hebben uitgevoerd?
Wouter De Mooreen boogvormige trap kun je naar de verdiepingsvloer boven op het volume. Dat platform biedt ruimte voor kleinschalige activiteiten en geeft je een mooi uitzicht op het volledige kerkinterieur. De kerk zelf doet dienst als polyvalente ruimte.
Het bestaande meubilair gaven we een creatieve nieuwe invulling. Het kerkmeubilair mocht immers de kerk niet verlaten omdat het cultuurgoederen zijn en ze onlosmakelijk verbonden zijn met het beschermd geheel. De originele kerkmeesterbank hingen we bijvoorbeeld ondersteboven in de inkom waardoor het lijkt op een baldakijn boven de vestiaire. De biechtstoelen zetten we in als berging voor meubels en stoelen.
De kerk kun je verder opdelen of verkleinen dankzij hoge gordijnen die we aanbrachten in de dwarsbeuk. We besteedden ook veel aandacht aan de verlichting om de juiste sferen te creëren en om muurschilderingen, beelden en schilderijen optimaal uit te lichten. We voorzagen ook laag hangende lampenkappen zoals we die zagen op oude foto’s uit 1942. Daardoor krijgt het interieur een gezellige en huiselijke sfeer.
Hedendaagse gebouwen moeten voldoen aan specifieke thermische, akoestische en duurzaamheidseisen. Hoe hebben jullie dit aangepakt?
Lamia: De grote akoestische gordijnen in de dwarsbeuk en het velours gordijn in de inkom hebben een positieve invloed op de akoestiek. Het tapijt in het koor en op de mezzanine helpen ook om te luide voetstappen te dempen. Het gordijn in de inkom dient tegelijk als tochtbuffer. We plaatsten ook een verwarmingsinstallatie met 5 hoogwaardige vloerconvectoren om te zorgen voor een aangenaam binnenklimaat voor bezoekers en voor het optimaal in stand houden van het interieur.
De afgelopen twee jaar vond ook de restauratie van de muren, gewelven, het binnenschrijnwerk en meubilair plaats. Restaurateur Ayke Cottenie (Altri Tempi) herstelde o.a. de vele schilderingen met olieverf in de kerk.
Wouter De Moor Hoe ging je precies tewerk?
Wouter De MoorAyke Cottenie: De olieverfschilderingen van de kerk waren eigenlijk volledig overschilderd met een laag witte verf.
Mijn eerste opdracht was dus om met een scalpeermes
die witte laag van ongeveer 300 m² volledig af te krabben en de onderliggende schilderingen vrij te leggen. In totaal heeft dat werk zo’n vier maanden in beslag genomen. Pas nadien zagen we de olieverfschilderingen echt en konden we inschatten in welke staat ze waren. Sommige waren in slechte staat, op andere plekken waren er vochtproblemen of was er pleisterwerk losgekomen. Ik heb dus ook herstellingen uitgevoerd aan het pleisterwerk, de verflaag gefixeerd of de aangebrachte laag vernis weggenomen zodat je de originele kleuren terug kon zien. Het resultaat is enorm kleurrijk. In de zijkapellen vind je egaal gele muren met een repetitief motief in verschillende kleuren. De twee muren naar het koor zijn de meest sprekende en zijn blauw met cirkels met verwijzingen naar Maria, opschriften en bloemmotieven. In het koor is
er een gordijnschildering met een volledige tekstband met Latijns opschrift en op de meest oostelijke muur zie je nu afbeeldingen van heiligen en een tekstband. De volledige restauratie nam ongeveer 12 maanden in.
De Sint-Martinuskerk dateert uit de middeleeuwen
en onderging al verschillende restauraties. Robin Oosterlinck volgde voor Monument Vandekerckhove de bouwkundige aspecten op van de recentste restauratie.
Wat waren de grootste uitdagingen?
Robin Oosterlinck: Onze doelstelling was om alle nieuwe technieken zo onzichtbaar mogelijk te integreren in de kerk. Voor de verwarmingstoestellen hebben we bijvoorbeeld de vloeren opengebroken waardoor we archeologen wel wat tijd moesten gunnen om een en ander te onderzoeken. We plaatsten ook twee nieuwe regenwaterputten en zorgden voor een aansluiting op de bestaande riolering. Aan de sacristie voorzagen we een vluchtweg waarbij we een plaat met baksteenimitatie plaatsten zodat je die nieuwe vluchtdeur eigenlijk niet opmerkt. Ook de verlichting probeerden we onzichtbaar te verwerken. Daarvoor maakten we gebruik van de zolder en van de bestaande sleuven. Het resultaat is dat je geen opbouwbekabeling ziet. En daarnaast hebben we heel veel bestaand materiaal en meubilair geïntegreerd. In het stooklokaal vormden we bijvoorbeeld de oude sacristiekast voor de hosties om tot een datakast. Alle technieken zijn zo netjes en onzichtbaar weggestopt.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Infomagazine van mei april 2023.
